In de klassieke Franse keuken is boter nooit weggeweest. Denk aan beurre blanc, aan croûtons gebakken in noisetteboter, aan een quenelle geklopte boter bij kreeft. Maar de manier waarop jonge chefs vandaag met boter werken, is veranderd: het draait minder om kwantiteit, meer om karakter. Geen neutrale vetstof, maar een volwaardige smaakcomponent.
Wat ooit als vanzelfsprekend op tafel stond, krijgt vandaag opnieuw aandacht. Ambachtelijke makers experimenteren met fermentatie, gerookte aroma’s en grasgevoerde room. Chefs behandelen boter als een canvas: ze kneden, rijpen, kruiden en presenteren het met dezelfde finesse als kaas of charcuterie. En in die herwaardering schuilt een bredere beweging. Eentje van vertragen, verdiepen en herontdekken wat écht lekker is.
Boter op de kaart
Restaurants zetten boter opnieuw bewust op de kaart. Geen gratis bijrol meer, maar een gang op zich. Denk: vers zuurdesembrood met drie soorten boter – naturel, gerookt en met zeealgen. Sommigen serveren boter met een verhaal: van een bepaalde boerderij, met melk van specifieke koeien of gemaakt door de chef zelf. Wij kunnen dat alleen maar toejuichen, want boy-oh-boy, hoe lekker is zo'n bordje boter?